
15 jan Tips voor een betere energieverdeling
Één van de moeilijkste dingen om aan te passen, is het verdelen van de energie. Vooral omdat we vaak vasthouden aan gewoontes, routines en rollen die ons vertrouwd zijn, zelfs als ze niet meer goed voor ons zijn. Dit kan ertoe leiden dat er niet goed naar lichaamssignalen wordt geluisterd en eigen grenzen worden overschreden.
Steeds over uw grenzen gaan, put u uit. Als u altijd dingen “moet” doen van uzelf, is er geen tijd en energie meer om uzelf op te laden. Hierdoor worden klachten alleen maar erger en kunt u steeds minder doen.
Ook zijn er mensen die te weinig gaan bewegen. Vaak omdat het niet lukt door energie tekort of een gebrek aan lucht of angst daarvoor. Het vertrouwen in uw eigen lichaam neemt af, wat kan leiden tot een toename van klachten en minder activiteit.
Bij energie verdelen gaat het er om dat wat u wilt doen in verhouding/balans is met wat u kunt doen. Dit helpt om over- en onderbelasting te voorkomen.
Overbelasting
Signalen van overbelasting zijn bijvoorbeeld kortademigheid, benauwdheid of vermoeidheid. Als u merkt dat u na een activiteit buiten adem bent, dan is dit een teken dat u uw grenzen mogelijk hebt overschreden. Vaak is het lastig om te accepteren dat u meer wilt dan dat u aan kan.
Onderbelasting
Het is echter ook belangrijk dat u niet te weinig gaat doen, ook wel onderbelasten genoemd. Het vermijden van onderbelasting is belangrijk om uw conditie, kracht, stemming en weerstand op peil te houden. Wanneer u te weinig doet, kan dit leiden tot een vicieuze cirkel waarin uw lichaam steeds minder aan kan.
Bij energie verdelen is het belangrijk om bewuste keuzes te maken vanuit uw eigen (lichaams)behoefte. Schrijf bijvoorbeeld op welke activiteiten u dagelijks wilt doen en bepaal welke hiervan het belangrijkste zijn.
Hoe kunt u zorgen voor een goede energieverdeling?
Hieronder enkele tips die u in uw dagelijkse leven kunt toepassen.
- Luister goed naar uw lichaam: Let op signalen en handel hier op tijd naar. “Luister naar het gefluister van het lichaam, zodat het niet hoeft te schreeuwen”.
- Maak een plan van aanpak: Plan op voorhand wanneer u stopt, zelfs als het goed gaat. Dit voorkomt dat u te lang doorgaat.
- Neem regelmatig pauzes: Voer activiteiten in etappes uit. Het is veel effectiever om meerdere korte pauzes (mini-breaks) te nemen dan één keer een lang pauzemoment.
- Stel prioriteiten en maak keuzes: Bepaal waar u uw energie aan wilt uitgeven en maak dit passend bij uw mogelijkheden. Stel u zelf de vraag: ”Moet ik dit nu doen?” om bewust keuzes te maken. Het is een hulpmiddel om u bewust te laten nadenken over de keuze die u kan maken buiten uw oude gewoontes om.
- Bewaar energie: Maak niet al uw energie op en bewaar 25% van uw totale energie als reserve om overbelasting te voorkomen.
- Blijf actief, ook op mindere dagen: Voer activiteiten uit in een langzamer tempo met meer pauzes op dagen, dat u zich minder lekker voelt.

Energienemers en energiegevers
Wees bewust van welke bezigheden u energie kosten (energienemers) en waar u energie van krijgt (energiegevers). Energienemers kunnen bijvoorbeeld huishoudelijke taken zijn, terwijl energiegevers een wandeling in de natuur of een gesprek met een vriend(in) kunnen zijn. Door bewust balans te creëren tussen deze activiteiten, kunt u uw energie gelijkmatig verdelen. Zorg elke dag voor voldoende energiegevers om de dag in balans te houden en uw energie goed te verdelen.
Een dag- of weekplanning helpt om structuur te creëren en een goede balans te vinden tussen energienemers en -gevers. Lees hier meer over in het artikel ”Plannen: een basis voor structuur”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.